In het nieuwe coalitieakkoord van D66, VVD, CDA wordt het demonstratierecht een ‘fundamenteel onderdeel vd democratie’ genoemd, maar tegelijk vooral benaderd als potentieel ordeprobleem. Demonstreren ‘slaat soms door’, staat er, waarna wordt aangekondigd dat burgemeesters meer bevoegdheden krijgen om demonstraties te verplaatsen of bestuursrechtelijk te handhaven. Strafbare feiten tijdens protesten moeten zwaarder worden bestraft.[...]
Het coalitieakkoord legitimeert daarmee een bestuurslogica die in de praktijk al langer zichtbaar is. Grondrechten worden erkend maar tegelijk voorzien van voorwaarden, uitzonderingen & preventieve tegenmaatregelen. Demonstreren is fundamenteel zolang het geen verstoring oplevert. Privacy is belangrijk zolang ze gegevensdeling niet in de weg staat. Transparantie is een waarde zolang toezicht effectief kan blijven. Preventie wordt zo het uitgangspunt van bestuur: monitoren vóór risico, registreren vóórdat iets misgaat.
[...] Voor van Zutphen raakt dit de kern vd preventiestaat: een overheid die onzekerheid probeert te beheersen maar daarmee juist wantrouwen creëert. Vertrouwen is het fundament vd democratische rechtsstaat, benadrukt hij. Burgers moeten kunnen weten waarom informatie over hen wordt verzameld, wie erbij kan en hoe zij zich kunnen verweren. ‘Alleen dan blijft het evenwicht tussen burger en staat controleerbaar. Zonder dat fundament verschuift vertrouwen naar voorzichtigheid en blijft vrijheid iets wat vooral nog op papier bestaat.’
2/2 #demonstratierecht #VVD #CDA #D66